Het internationale snooker & het Verenigd Koninkrijk: een analyse door Wim Hordijk
In dit artikel:
Snookers wereldtour toont aantoonbare voorkeur voor Britse spelers, blijkt uit kwantitatieve analyse van 45 seizoenen (1980/81–2024/25). Hoewel snooker zich ontwikkelde tot een mondiale cultuur- en amusementsindustrie, wordt al jarenlang geklaagd over een UK-centrische opzet en oneerlijke verdeling van prijzengeld. Critici — onder wie een commentator, een topspeler en een voormalig tourfotograaf — wezen op de structuur van financiering en organisatie als mogelijke oorzaken, maar harde cijfers ontbraken vaak.
Gebruikmakend van openbare data van CueTracker vergeleek onderzoeker Wim Hordijk het aandeel Britse spelers in de lijst van prijzengeld-ontvangers met het percentage van het totaal prijzengeld dat deze spelers daadwerkelijk verdienden. Over de 45 onderzochte seizoenen was het gemiddelde aandeel Britse spelers 73%, terwijl Britse spelers samen 81% van het prijzengeld opeisten — een verschil van 8 procentpunt. Grafisch blijkt in de meeste seizoenen het aandeel verdiend geld door Britten structureel boven hun spelersaandeel te liggen.
Om te toetsen of die ongelijkheid toeval kon zijn, legt Hordijk het effect van steekproefgrootte en verwachtingswaarden uit aan de hand van een alledaags voorbeeld (verschillen in gemiddelde lengte); daarmee laat hij zien dat grotere steekproeven kleine toevallige verschillen steeds minder waarschijnlijk maken. De statistische toets op de snookerdata levert een kans van minder dan 0,0001 dat een dergelijk of groter verschil in gemiddelden zomaar zou ontstaan als er in werkelijkheid geen onderscheid was tussen Britse en niet-Britse spelers. Met andere woorden: het verschil is statistisch zeer significant en niet plausibel als louter willekeurige fluctuatie.
Hordijk trekt daaruit de conclusie dat Britse spelers — gegeven de huidige omstandigheden van de tour — een structureel voordeel genieten. Mogelijke verklaringen (die in het artikel worden genoemd of gesuggereerd door betrokkenen) zijn de concentratie van toernooien en organisatorische middelen in het Verenigd Koninkrijk, financieringsstructuren die afhankelijk zijn van Britse belangen, en het feit dat het wereldkampioenschap sinds 1977 in Sheffield plaatsvindt. Die factoren kunnen samen zorgen voor thuisvoordeel, minder reistijd- en kostendruk voor Britse spelers, betere toegang tot oefenfaciliteiten en meer sponsormogelijkheden.
De kwantitatieve bevindingen zijn uitgewerkt in een wetenschappelijke publicatie in de Journal of Applied Econometrics and Statistics. Hordijk stelt dat zulke cijfers een stevigere basis kunnen bieden voor het debat over internationalisering van de tour en eerlijkere prijzengeldverdeling. Als mogelijke beleidsreactie noemt hij onder meer het vaker beleggen van grote toernooien (zoals het wereldkampioenschap) buiten het VK om het speelveld gelijker te maken.
Auteur Wim Hordijk is onafhankelijk wetenschapper en lange tijd snookerfan; zijn analyse illustreert dat een ogenschijnlijk anekdotische klacht over UK-centrisme zich laat kwantificeren en statistisch onderbouwen.